Universiteit van Amsterdam

Aan de Universiteit van Amsterdam (UvA) kunnen studenten de bacheloropleiding Future Planet Studies volgen met een specialisatie in de aardwetenschappen. Fysische geografie speelt een belangrijke rol in de opleiding Future Planet Studies als achtergrondkennis die essentieel is om ingewikkelde interdisciplinaire vraagstukken op te lossen. Deze fysisch geografische basiskennis kan verder verdiept en uitgewerkt worden met de specialisatie aardwetenschappen vanaf het tweede jaar. Daarnaast heeft de UvA een master Earth Sciences met een tweetal specialisaties: Geo-ecological Dynamics en Environmental Management. De specialisatie Geo-ecological dynamics is een verdiepende master op het gebied van fysische geografie en ecologie, en bereidt studenten voor op een baan als onderzoeker/wetenschapper, terwijl de specialisatie Environmental Management net als Future Planet Studies meer een interdisciplinair karakter heeft met een duidelijke focus op het managen van geo-ecosystemen. De opleiding Future Planet Studies is onderdeel van het Instituut voor Interdisciplinaire Studies (IIS), terwijl de master aardwetenschappen onderdeel is van het Instituut voor Biodiversiteit en Ecosysteem Dynamica (IBED). Het IIS kan gezien worden als een brug tussen de verschillende instituten, waaronder het IBED.

Binnen het IBED zijn er verschillende onderzoeksgroepen die zich bezighouden met fysische geografie:

  • Earth Surface Science (IBED-ESS),
  • Computational Geo-Ecology (IBED-CGE),
  • Paleo Ecology and Landscape Ecology (IBED-P&L).

Naast fysische geografie, en aardwetenschappen meer in het algemeen, bestaat het IBED uit verschillende onderzoeksgroepen die zich bezighouden met ecologie. De focus van het onderzoek aan het IBED ligt op de interacties tussen fysische geografie en ecologie. Het overkoepelende thema binnen de onderzoeksgroepen is dan ook Geo-ecologie. Dit is het domein waarbinnen de interacties tussen gesteente, bodem, water, atmosfeer en leven centraal staan. De onderzoeksmethodiek is meestal een combinatie van experimenten in het lab, observaties in het veld en uitwerking met behulp van modelleren, GIS en/of remote sensing.

In 2015 stond het fysisch geografische onderzoek aan de Universiteit van Amsterdam in de top 15 van de QS World University Rankings (13de plaats van in totaal 3.467 beoordeelde universiteiten). Deze ranking is gebaseerd op reputatie onder experts in het veld en werkgevers, en tevens de hoeveelheid onderzoekcitaties.    .

Het onderzoeksveld van het IBED is in te delen in drie verschillende niveaus:

  • Landscape – onderzoek naar fluviale processen en veranderingen in vegetatie als gevolg van klimaatverandering en andere antropogene invloeden.
  • Intermediate – onderzoek naar tijdelijke en ruimtelijke verdeling van soorten in relatie tot fysisch geografische/landschapseigenschappen.
  • Molecular – onderzoek naar met name organische micro-verontreinigende stoffen, gebaseerd op relevante chemische eigenschappen.

Deze drie niveaus hebben als gemeenschappelijke eigenschap dat ze zich bevinden in het raakveld tussen biotische en abiotische processen. Vooral in de eerste twee onderzoeksvelden speelt fysische geografie een belangrijke rol.

Voorbeelden van fysisch geografisch onderzoek aan de Universiteit van Amsterdam:

  • analyse van veranderingen in / reconstructie van het landschap en de vegetatie in de Andes in de loop der tienduizenden jaren op basis van Quaternaire tijdsreeksen,
  • onderzoek naar de effecten van recente veranderingen in irrigatie(technieken) op de bodem in zuidoost Spanje,
  • kwantificatie van bodemdegradatie, erosie en sedimentatieprocessen als gevolg van landverlating in verschillende Mediterrane gebieden,
  • onderzoek naar de waterafstotendheid van duinen en de hydrologische effecten op Texel,
  • onderzoek naar duinvorming en landschapsformatie op Mars,
  • analyse van de kwetsbaarheid van geo-ecosystemen (o.a. in Spanje, Oostenrijk, Mauritius, Hawaii, Sint-Maarten en Peru).